Je Vous adore, mon Seigneur et mon Dieu!

Franciscaans, Traditioneel, Katholiek

Een bladzijde uit het familie album: pater Maximimiliaan Maria Kolbe ofm conv.

op 14 augustus 2012

De Franciscaanse familie heeft in de loop der tijd een aantal opmerkelijke mensen voortgebracht. De geest van Clara en Franciscus leefde in hun en door hun leven hebben zij de Goede Geest ontvangen, doorleefd en doorgegeven. Allen staan zij opgetekend als een bladzij in het grote boek van (Franciscaanse) heiligen. Wie de tijd neemt om daar in te lezen, bladert als het ware door een familie foto-album. Allemaal broeders en zusters waarin we zowel de tekenen van hun tijd als de trekjes van de hele familie herkennen. En hopelijk herkennen we ook enkele trekjes van hen terug in onszelf…

Vandaag gedenkt de Kerk Maximilianus Kolbe. Zuster Marianne heeft over hem haar bespiegelingen geschreven: http://zustermarianne.wordpress.com/2012/08/14/maximilianus-kolbe-14-augustus-als-een-kind/ en beschrijving van zijn leven is te vinden op http://www.heiligen-3s.nl/heiligen/08/14/08-14-1941-maximilian.php
Hieronder volgt een stukje daaruit dat mij bijzonder trof:

In 1941 werd hij voor de tweede keer opgepakt. Nu deporteerden de Nazi’s hem naar Auschwitz. Hij vergat in de barre omstandigheden van dat kamp zijn priesterroeping niet. Hij bad en troostte voor zover het in zijn vermogen lag. Maar in zijn bescheidenheid leidde hij toch een tamelijk onopgemerkt leven.

Tot het moment dat Kampfführer Fritsch besloot tien mensen te laten doodhongeren in de hermetisch afgesloten kelder van bunker 11: geen eten, geen drinken, geen licht, geen lucht. Het lot viel o.a. op Gajowniczek, een Poolse huisvader met twee kinderen. Onmiddellijk wendde pater Kolbe zich tot de kampcommandant. Deze schreeuwde: “Wat mot je, Poolse zwijn?”

In alle rust antwoordde Pater Kolbe: “De plaats innemen van deze ter dood veroordeelde.”
“Waarom?”
“Ik ben oud en ziek. Hij heeft vrouw en kinderen.”
“En wie ben jij dan wel?”
“Een Pools priester.”
Het verzoek werd ingewilligd. Nummer 5659 op de lijst werd vervangen door 16670. Het schijnt dat Pater Kolbe in zijn opsluiting aldoor hardop heeft gebeden. Hij behoorde tot de vier die tenslotte overbleven en met een dodelijke injectie om het leven werden gebracht.

Pater Kolbe wist dat hem een gruwelijk lot wachtte. Toch neemt hij vrijwillig de plaats van een ander in, zodat diens gezin dat leed (voorlopig) bespaart zal blijven. Bij het lezen daarvan komt mij meteen het vers van Johannes 3:16 in het geheugen: “Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit.”

Franciscus en Clara hebben tijdens hun leven (en zelfs tijdens hun overgang naar het eeuwige Leven) altijd naar Christus verwezen. Clara in haar stille bidden (vgl Jezus die zich regelmatig terug trekt om te bidden, vooral vlak voor belangrijke gebeurtenissen) en Franciscus met zijn manier van leven. In het verhaal van Maximilianus Kolbe herken ik hetzelfde: Zijn offergave herinnert mij aan Christus offergave. Zijn offergave voor MIJ.

Het roept bij mij ook aarzeling op: wat als er van MIJ zo’n groot offer gevraagd wordt. Zou ik daar, met Gods hulp, toe in staat zijn? Of zit ik nog te veel vast in mijn eigen egoïsme, mijn eigen wil en red ik liever mijn eigen hachje?

Zonder hulp van Gods genade hebben wij van nature de neiging om bij onrecht weg te kijken, vooral als het ook ons bedreigt. Maar wie zwijgt, het onrecht haar gang laat gaan, stemt in meer of mindere mate toe. Het verhaal van pater Kolbe is voor mij dan ook aan aansporing om het onrecht in de ogen te kijken en er, door gebed en door daden, tegen te vechten.

Soms kan ik er veel aan doen. Soms kan ik alleen maar het bij iemand met meer middelen aanhangig maken. Soms kan ik alleen maar bidden. Maar ook dat laatste is belangrijk. Misschien wel het belangrijkste, omdat het een teken is, dat IK niet mijn ogen voor het onrecht sluit.

En wat ik ook altijd kan doen is de raad van Franciscus gebruiken:
“Wanneer wij zien of horen dat er iets kwaads gezegd of gedaan wordt of dat God gelasterd wordt, laten wij dan iets goeds zeggen of iets goeds doen en laten wij God loven die gezegend is tot in eeuwigheid.”

Maximiilianus heeft niet de ogen gesloten, maar te midden van al het kwaad het goede gedaan. Tot lof een eer van Gods Naam!

Hier een indrukwekkende video in het Engels met het verhaal:

En een deel van het Auschwitz requiem:


Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: