Je Vous adore, mon Seigneur et mon Dieu!

Franciscaans, Traditioneel, Katholiek

Ben ik een wolf, een bange inwoner, een vogel of een Christen?

op 4 oktober 2012

Vandaag viert de Kerk het Hoogfeest van Franciscus van Assisi. Op www.heiligen.net staat een uitgebreide omschrjving van Franciscus, met een paar beroemde legendes. Deze beschrijving roept bij mij vandaag de vraag op: ben ik een wolf, een bange inwoner, een vogel of een Christen?.

Deze vraag verwijst naar een aantal legendes die over Franciscus verteld worden, nl het verhaal van Franciscus en de wolf van Gubbio en de vogelpreek van Franciscus.

Eerst het verhaal van de volgelpreek:

“Toen hij eens met zijn broeders langs een groep bomen liep, konden ze elkaar niet verstaan vanwege het lawaai dat de vogels maakten. Franciscus besefte dat hij de dieren tekort gedaan had, zei tegen zijn broeders dat ze even moesten wachten, en gebaarde de vogels, dat hij hen iets wilde zeggen. ‘Terstond kwamen de vogels die in de bomen zaten, naar hem toe en allen bleven zonder te bewegen voor hem zitten tot hij zijn preek beëindigd had. En ook toen gingen ze niet weg voor hij hun zijn zegen had gegeven. En, zoals broeder Masseus en broeder Jacobus de Massa later vertelden, verroerde geen enkele vogel zich toen Franciscus tussen hen door liep en hen met zijn pij raakte.
De inhoud van de prediking van Sint Franciscus was in grote lijnen de volgende: “Mijn dierbare zustertjes de vogels, jullie zijn God, je Schepper, veel dank verschuldigd en je moet Hem altijd en overal verheerlijken, omdat Hij jullie de vrijheid heeft gegeven om te vliegen waar je maar wilt en tevens omdat Hij jullie dubbele kleding geschonken heeft en enkelen van jullie in de ark van Noach heeft opgenomen opdat jullie soort in stand zou blijven. Ook zijn jullie Hem veel dank verschuldigd voor het element van de lucht, dat Hij jullie heeft toegewezen. Daarbij komt nog, dat hoewel jullie zaaien noch oogsten, God jullie voedt en jullie de rivieren en bronnen geeft om te drinken, bergen en dalen om je in veiligheid te brengen, en hoge bomen om er je nest in te bouwen. En daar je niet kunt spinnen of naaien, kleedt God jullie: jullie en je kinderen. God bemint jullie dus wel in hoge mate, daar Hij jullie met zoveel weldaden overlaadt. Wacht je daarom, geliefde zustertjes, voor de zonde der ondankbaarheid, doch wees er altijd op bedacht God te verheerlijken.”
En terwijl Franciscus aldus tot hen sprak, deden al die vogeltjes hun bekjes open, reikten zij hun halsjes, spreidden zij hun vleugeltjes uit en bogen zij eerbiedig hun kopjes tot aan de grond en toonden zij door gebaar en getjilp dat de woorden van de heilige vader hun groot genoegen deden. En Sint Franciscus deelde die vreugde en blijdschap met hen en verbaasde zich zeer over die grote hoeveelheid vogels en over hun prachtige verscheidenheid en over de aandacht waarmee zij naar hem luisterden en alle schuwheid hadden afgelegd; en daarom prees hij in hen godvruchtig de Schepper.
En toen Sint Franciscus zijn prediking besloot, maakte hij een kruisteken over hen en gaf hun verlof weer weg te vliegen; daarop vlogen al die vogeltjes tegelijk op onder wonderschoon gezang en gingen in vier groepen uiteen volgens het kruis dat Sint Franciscus over hen gemaakt had; en zo vloog een deel naar het oosten, een ander deel naar het westen, de derde groep vloog naar het zuiden en de vierde naar het noorden, en iedere groep zong al vliegend zijn mooiste lied. En door zingend uiteen te gaan naar de vier windstreken der wereld, volgens het kruisteken dat Sint Franciscus, de drager van Christus’ kruisbanier, over hen gemaakt had, gaven de vogels te kennen dat de boodschap van Christus’ kruis zoals zij door Sint Franciscus weer was opgevat, door hem en zijn broeders in heel de wereld moest worden uitgedragen en dat die broeders evenals de vogels niets op deze wereld in eigendom moesten hebben, maar zich voor hun levensonderhoud moesten verlaten op Gods Voorzienigheid alleen. Tot lof van Christus. Amen.’ .[Fioretti nr.16]

Vervolgens de legende over de wolf van Gubbio:

Toen Franciscus enige tijd in de stad Gubbio verbleef, dook daar in de buurt een enorm grote, angstaanjagende en bloeddorstige wolf op, die niet alleen dieren, maar ook mensen verslond. En omdat die wolf ook dikwijls in de buurt van de stad kwam, verkeerden alle inwoners van Gubbio in schrik en beven. Ieder die stad uit moest, deed dat gewapend, alsof er oorlog was. Maar met dat al stond men hulpeloos tegenover dat woeste beest, indien men het alleen tegenkwam. Tenslotte kwam het zo ver dat niemand meer de stad uit durfde gaan; zo bang waren ze voor die wolf.
Omdat Franciscus met die mensen te doen had, vatte hij het plan op naar die wolf toe te gaan, alhoewel de mensen van de stad hem dat sterk afraadden. En zo tekende hij zich met heilig kruis en ging met zijn gezellen, in vol vertrouwen op God, de stad uit. En toen de anderen aarzelden om verder te gaan, sloeg Franciscus de weg in naar de plek, waar de wolf zich bevond. En ja hoor, op het gezicht van al die mensen die gekomen waren om getuigen te zijn van dat wonder, kwamt de bewuste wolf met opengesperde muil op Franciscus aanrennen. Maar toen hij vlakbij was, maakte Franciscus een kruisteken over hem en riep hem bij zich met de woorden: “Kom hier, broeder wolf. In Christus’ naam beveel ik je noch mij noch iemand anders kwaad te doen.” En toen gebeurde het wonder. Zodra Franciscus het kruisteken had gemaakt, sloot de vreselijke wolf zijn bek en hield zijn vaart in; en op het horen van dat bevel ging hij zachtjes als een lam voor de voeten van Franciscus liggen.
Toen sprak Franciscus hem aldus toe: “Broeder wolf, je berokkent veel schade in deze streek, en je hebt hier veel onheil gesticht door schepselen Gods te verminken en te doden zonder toestemming. En niet alleen heb je dieren gedood en verslonden, maar je hebt je zelfs verstout om mensen, geschapen naar Gods beeld, te doden en te verminken. Daarom verdien je de galg als een rover en een gemene moordenaar. Alle mensen beklagen zich over je gedrag, en zijn tegen je gekant; en heel deze streek is je vijandig gezind. Maar ik wil vrede sluiten tussen jou en hen, broeder wolf, en wel op de volgende voorwaarden: dat jij ze geen kwaad meer zult doen, en dat zij van hun kant jou alles zullen vergeven wat je misdaan hebt, en dat ze je niet meer zullen achtervolgen, de mensen niet en de honden niet.”
Na die woorden gaf de wolf door bewegingen van zijn lijf, zijn staart en zijn oren en door knikken met zijn kop te kennen, dat hij aanvaardde wat Franciscus hem zei en dat hij dat wilde nakomen. Daarop zei Franciscus: “Broeder wolf, daar je deze vrede wilt sluiten en je eraan wilt houden, beloof ik je ervoor te zorgen dat de mensen van deze streek je steeds te eten zullen geven zolang je leeft, zodat je geen honger meer hoeft te lijden; want ik weet heel goed dat je al dat kwaad gedaan hebt, door honger gedreven. Maar omdat ik je die gunst bezorg, wens ik ook, broeder wolf, dat je mij belooft nooit meer een mens of dier schade te berokkenen. Beloof je me dat?” Toen boog de wolf zijn kop en gaf daardoor duidelijk te kennen, dat hij dat beloofde. Maar Franciscus voegde er nog aan toe: “Broeder wolf, ik wens, dat je me een plechtige verzekering van die belofte geeft, zodat ik er werkelijk op vertrouwen kan.” En terwijl Franciscus zijn hand uitstrekte om een plechtige verzekering van de wolf in ontvangst te nemen, richtte de wolf zijn rechter voorpoot op en legde die voorzichtig in de hand van Franciscus, en gaf hem aldus naar vermogen een plechtig bewijs van trouw.
Toen sprak Franciscus: “Broeder wolf, in naam van Jezus Cristus, beveel ik je nu onbeschroomd met mij mee te gaan; dan zullen wij deze vrede in naam van God bekrachtigen.” En heel gehoorzaam ging de wolf als een mak lammetje met hem mee. Vol verbazing zagen de mensen van Gubbio dit alles aan. En als een lopend vuurtje ging dit nieuws door de stad zodat iedereen, groot en klein, man en vrouw, jong en oud, naar de markt toog om de wolf en Franciscus te zien.
En toen ze daar allemaal bijeen stonden, ging Franciscus op een verhoging staan en hield een preek voor hen, waarin hij onder andere zei, dat God om de zonden zulke rampen toelaat; maar dat de vlammen van de hel, omdat die de verdoemden eeuwig folteren, nog veel erger zijn dan de vraatzucht van een wolf, die alleen maar het lichaam kan doden. Hoezeer moeten wij dus de muil van de hel vrezen, wanneer zoveel mensen al in schrik en beven verkeren voor de muil van een armzalig dier.”Keert u daarom tot God, allerliefsten en doet oprecht boete voor uw zonden, dan zal God u in dit leven voor de wolf vrijwaren, en in het toekomstig leven voor de hel.”
Toen hij zijn preek beëindigd had, zei Franciscus: “Luistert, mijn broeders; broeder wolf die hier voor u staat heeft mij beloofd en plechtig verzekerd vrede met u te willen sluiten en u nooit meer in iets te benadelen, als u hem belooft hem iedere dag te geven wat hij nodig heeft; en ik sta er borg voor dat hij dit vredesverdrag stipt zal nakomen.” Toen beloofde het volk als uit één mond hem steeds te zullen voeden. En ten overstaan van allen zei Franciscus toen tot de wolf: “En jij broeder wolf, beloof je deze mensen dit vredesverdrag te zullen nakomen, en dat je geen kwaad meer zult doen aan mens of dier of enig schepsel?” Hierop knielde de wolf neer en boog zijn kop, en met vriendelijke bewegingen van lijf en kop en oren gaf hij te kennen, voor zover hij daartoe in staat was, dat hij oprecht van plan was iedere overeenkomst met hen te eerbiedigen. Vervolgens zei Franciscus: “Broeder wolf, ik zou graag zien dat je hier, voor heel het volk, een plechtig teken van je goede trouw geeft, zoals je mij dat buiten de stadspoort gegeven hebt; en dat jij mij, die borg voor je staat, niet te schande zult maken.”
Toen hief de wolf zijn rechter voorpoot op en legde die in de hand van Franciscus. En door dit feit en boven vermelde gebeurtenissen raakte het volk zo in bewondering en blijdschap om de vroomheid van de heilige, het uitzonderlijke van dat wonder en de vrede met de wolf, dat allen luid begonnen te jubelen, God prijzend en zegenend, die hun Franciscus had gestuurd om hen door diens verdiensten te bewaren voor de muil van een woest beest.
De bewuste wolf leefde twee jaar lang in Gubbio en ging rustig de huizen binnen, van deur tot deur, zonder iemand kwaad te doen en zonder dat hem kwaad geschiedde. En de mensen gaven hem vriendelijk te eten. En als hij zo door het veld en langs de huizen liep, was er nooit een hond die tegen hem blafte. En na die twee jaar stierf broeder wolf tenslotte van ouderdom, hetgeen de mensen heel jammer vonden; want zolang ze hem zo rustig en tam door de stad zagen lopen, werden ze des te beter herinnerd aan de deugd en de heiligheid van Franciscus.
Tot lof van Christus.[Fioretti nr.21]

In deze verhalen komen vershillende karakters naar voren:

– De bange inwoners van Gubbio die uit angst opgesloten zijn in zichzelf en geen rekening (kunnen?) houden met de behoeften van een ander. Ze zijn bang dat als ze aan een ander denken, dat ten koste gaat van hun zelf. Ze zijn ook bang God toe te laten, omdat dat offers kost. En ze zijn vooral bang zichzelf te verliezen als ze een ander of De Ander toelaten!

– De wolf van Gubbio die zich niet gehoord, gerespecteerd en geliefd weet en daarom een muur van grootsheid, bravoure en geweld optrekt. Tegen iedereen gaat hij tekeer. Hij richt daarmee anderen en zichzelf ten gronde.

– De vogels die naar Franciscus luisteren. Zij zijn als leerlingen die naar Gods woord horen. Zij laten Zijn genade binnen in hun leven.

– Franciscus, ofwel de Christen. Franciscus gaat een flinke stap verder dan de vogels: hij past niet alleen Christus leer toe in zijn eigen leven, maar draagt deze ook over op anderen. Hij volgt Christus nauwgezet en mensen zien aan hem: die hoort bij Christus. Zo herstelt hij een stukje paradijs.

Op wie lijk ik? Ik moet eerlijk bekennen dat, hoewel ik mijn best doe om op Franciscus te lijken of tenminste op de volgels, ik me ook vaak als de bange inwoners van Gubbio of als de boze wolf gedraag. De weg van de armoede, van de navolging van Christus is geen eenvoudige weg. De personages in de verhalen van Franciscus hebben hulp nodig, ze moeten op hun gedragingen gewezen worden. Een spiegel als het ware. En die spiegel is Franciscus, die op zijn beurt een afspiegeling van Christus is.

Zo houden deze verhalen ook mij dagelijks, maar op een Franciscaans hoogfeest al dit nog eens extra, een spiegel voor. De spiegel waarin ook Clara zich spiegelde: wat voor mens wil God dat ik ben en hoe kan ik mij (laten) omvormen totdat ik deze mens wordt? Een spiegel waarin ik meer en meer vogels zie en soms het gelaat van Christus ontdek. En ook die laatste laat zich naar mate ik de bange inwoners en de wolf in mij loslaat meer en meer zien. Een opdracht en opgave voor iedere Christen, en Franciscaan (m/v) in het bijzonder.

Daarom de vraag: “Wie is er bang?”

Advertenties

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: