Je Vous adore, mon Seigneur et mon Dieu!

Franciscaans, Traditioneel, Katholiek

Over mensen die zichzelf de zwarte Piet toespelen….

op 16 november 2014

*Zucht. Zucht.Zucht. En nog eens zucht.*

Wat een mooi kinderfeest had moeten worden is door een stelletje kleuters in een volwassen lichaam dat zich totaal niet in een ander in kan leven nodeloos versjteerd.

Ik heb het uiteraard over de Sint Nicolaas intocht van gisteren.

Even voor alle voor- en tegenstanders van zwarte Piet HIER het ECHTE verhaal:

Bij de dood van zijn ouders werd Sinterklaas schatrijk. Nu zocht hij een manier om zijn rijkdommen goed te besteden. Niet om bij de mensen gezien te worden, maar om God te eren. Eén van zijn buren, die van goede huize kwam, was straatarm geworden. Hij zag nog maar één mogelijkheid om zichzelf en zijn drie dochters in leven te houden: namelijk zijn dochters als prostitué te laten werken. Toen Nicolaas dat vernam, was hij vol afschuw over zo’n wandaad. Hij wikkelde een klomp goud in een doek en gooide die ’s nachts door het raam bij die buurman naar binnen. –> zie hier het strooien van chocolade geld en pepernoten….

Zwarte Piet (of een knecht met een zwarte huidskleur) duikt op in de legende van Sint Nicolaas en de drie studenten:

Tot jaren later een bisschop door dat bos kwam. Hij reed op een prachtige schimmel. Het was najaar en somber weer: “Hopelijk vinden we voor de avond een goed onderkomen”, sprak de bisschop tegen zijn knecht die een zwarte huidskleur had. De knecht droeg een grote zak over zijn schouder, en was moe. Hij verlangde eerlijk gezegd niets liever dan dat ze zouden stoppen voor vandaag. Daar doemde een boerderij in het schemerdonker op.

Buigend en knippend als messen verwelkomden de boer en zijn vrouw de hoge gast. Ze maakten voor hem de beste slaapplaats in orde. En ze nodigden hem uit voor een heerlijke maaltijd: “We hebben juist vers vlees in het pekelvat. Dat zal u na zo’n vermoeiende dag best smaken, eerwaarde.” Dat leek de bisschop wel wat.

Terwijl hij zich aan tafel zette, ging de boerin het beste vlees uit het vat halen. Maar toen zij de deksel in het achterhuis oplichtte, bereikte de geur van het vlees de neus van bisschop Nikolaas in het voorhuis. En omdat hij een fijnproever was, vroeg hij aan de waard: “Wat is dat voor vlees dat u daar in de kuip hebt?” “Heerlijk vers varkensvlees, monseigneur.” “Gek, zei Nikolaas tegen zijn zwarte knecht, maar zo luid dat de boer hem goed kon verstaan: “wat ik ruik is iets heel anders dan varkensvlees. Vind jij niet, Pieterman?” De boer die nattigheid begon te voelen, kwam vlug naderbij en bezwoer Nikolaas, dat het toch echt varkensvlees was; misschien dat de bisschop het vlees van vorig jaar rook dat ook nog in hetzelfde vat werd bewaard. “Nee nee, het is niet van vorig jaar; en het is geen varkensvlees. Zeg eens, Pieterman, jij komt uit een land waar ze expert zijn in dit soort vlees: ruik jij ook wat ik ruik?” Maar voor de negerknecht Pieterman antwoord kon geven, schoot de boer angstig toe om nogmaals met omslachtige omhaal van woorden te zeggen en te zweren dat er niets anders in zat dan varkensvlees. “Zullen we het eens aan uw vrouw vragen?” vroeg de bisschop. En de boer was niet goed genoeg of hij moest de boerin erbij halen en ook aan haar vroeg bisschop Nikolaas wat er nu precies in dat pekelvat zat. Zij reageerde zo mogelijk nog zenuwachtiger dan haar man: “Echt monseigneur, u maakt ons een beetje bang. En dat, terwijl wij eerlijke mensen zijn, die met hard werken aan de kost moeten komen. Dacht u dat wij u een mindere soort vlees zouden voorzetten?” “Nee, dat dacht ik zeker niet. Niet een mindere, maar een hogere soort, want wat ik ruik is mensenvlees!”

Uiteraard worden de drie studenten wier vlees de heilige te eten krijgt gered!

Na zijn dood werd Nicolaas in een sarkofaag (= stenen doodkist) begraven in zijn kerk te Myra. Volgens de bevolking was hun bisschop een heilige geweest: Nicolaas was dus in de hemel. Zo werd zijn graf al gauw een bedevaartsoord: mensen kwamen er naartoe om te bidden. Dan vroegen ze aan Sint Nicolaas of hij in de hemel bij God een goed woordje voor hen wilde doen. Als de bidders inderdaad kregen waarom ze vroegen, zeiden ze natuurlijk dat het te danken was aan Sint Nicolaas.

Ook kwam er een geurige vloeistof van onder zijn sarcofaag vandaan. Als je er van dronk – zeiden de mensen – werd je genezen van al je ziekten en kwalen. Van heinde en ver stroomden de pelgrims toe met flesjes en kruikjes om ervan mee naar huis te nemen. Dan konden ze er thuis ook de zieken mee genezen.

Reeds vanaf de 6e eeuw is zijn verering bijzonder populair. In 1071 werd Turkije veroverd door de Islam. Christenen mochten niet langer in het openbaar hun godsdienst belijden. Ook verering van Sint Nicolaas in Myra werd verboden. In 1087 deden vissers uit het Zuid-Italiaanse plaatsje Bari een inval in de stad Myra. Ze roofden de sarcofaag met het stoffelijk overschot van Sint Nicolaas en brachten het over naar hun vaderstad. Op 8 mei 1087 voer de boot met de kostbare schat plechtig de haven van Bari binnen. Vanaf dat moment werd deze stad bedevaartsoord. Er verrees een nieuwe kerk ter ere van hem. Van daaruit verspreidde zich Sint Nicolaas’ verering over de hele wereld verspreid: in het westen als kindervriend, in het oosten als wonderdoener. In de 13de eeuw werd zijn feestdag vastgesteld op 6 december.

Vanaf dat moment verspreidde zich de Nicolaasverering over heel Europa. Hij werd patroon (= beschermheilige) van Griekenland en Rusland; van zeelui, handelaars en vele handelssteden. In vele grote Europese havensteden verrezen er Sint-Nicolaaskerken:
-in België-
bv. te Antwerpen, Brussel, Gent en het naar hem genoemde Sint-Niklaas;
-in Duitsland-
bv. te Berlijn, Hamburg en Frankfurt;
-in Frankrijk-
bv. te Parijs en het beroemde Sint-Nicolaasbedevaartsoord Saint-Nicolas-de-Port (daar wordt ee vingerkootje van de heilige bewaard dat afkomstig zou zijn uit Nicolaas’ sarkofaag te Bari;
-in Engeland-
bv. te Londen en in talloze andere plaatsen;
-in Nederland-
bv. te Amsterdam (stadspatroon!), Deventer, Edam, Groningen en Utrecht; tussen 1100 en 1500 werden en er verspreid over Noord-Nederland minstens 900 (negenhonderd) Nicolaaskerken gebouwd; in Friesland werd zelfs een dorp naar hem genoemd plaatsje Sint-Nicolaasga. Hieronder zie je dat een aantal plaatsen in Nederland zelfs een afbeelding van Sint Nicolaas in het gemeentewapen hebben.

Ook zijn relieken raakten verspreid over Europa. Zo zijn er ook in de kathedraal van Fribourg (Zwitserland). De kerk van St-Nicolas-de-Port bij Nancy, een belangrijk bedevaartsoord, heeft een vingerkootje van hem (volgens de legende meegebracht door een ridder vanuit Bari). Op 9 mei wordt in Bari uitbundig feest gevierd. Op de 3de zondag van oktober wordt Nicolaas al binnengehaald in zijn residentie te Sint-Niklaas in Vlaanderen. In Hasselt viert men een St-Niklaasstoet op een zaterdag van eind oktober of begin november. In Neder-over-Heembeek wordt hij pas in het weekend voor 6 december binnengehaald. In Nederland heeft bijna elke stad een Sinterklaasintocht, in Deventer traditioneel pas op 5 december.

Veel oude haven- en handelssteden in Europa hebben een kerk die aan hem is toegewijd.

SINTERKLAAS: GERMAANS of CHRISTELIJK?

Het feest dat we hedentendage ter gedachtenis van Sinterklaas vieren heeft zowel Christelijke als Germaanse elementen.

De site spreekt er uitgebreid over. Dan zou zwarte Piet de zoon van Donar kunnen zijn, of het overwonnen kwaad…

In een oude protestantse(!) liedbundel treffen we hetvolgende adventslied(!) aan:

‘Daar komt een schip geladen
tot aan de hoogste boord
draagt Gods Zoon vol genade…’

Tot zover de Katholieke oorsprong. De Wikipedia schrijft o.a. het volgende:

Sinterklaas is in de loop der eeuwen getransformeerd van een beschermheilige van de kinderen, via een boeman en hardhandige pedagoog, naar een folkloristische kindervriend. Ondeugendheden staan in de moderne vorm van het feest genoteerd in het grote boek en het kind moet de goedheiligman beloven niet meer in herhaling te vallen. De zak van Sinterklaas is er niet meer voor om kinderen mee te nemen naar Spanje maar om de geschenken in te vervoeren.

De surpriseavond, de uitwisseling van geschenken in vermakelijke verpakkingen begeleid door belerende of gekscherende gedichten, is een relatief nieuw fenomeen. Nu is dat vrij gebruikelijk, maar volgens een enquête in 1943 van het Meertens Instituut werd dat toen maar sporadisch gedaan.

En er is zelfs een hoofdartikel aan Zwarte Piet gewijd waarin het volgende staat:

Oorspronkelijk had Sinterklaas geen helper.[1] In 1850 introduceerde de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863) in zijn leesboekje Sint Nicolaas en zijn Knecht drie nieuwe zaken, die zijn blijven hangen in de sinterklaasfolklore: een gekleurde knecht voor Sinterklaas, de intocht en de stoomboot. De knecht heeft in het boekje nog geen naam en was gekleed als een page. In 1859 werd voor het eerst een artikel gedrukt waarin hij Pieter wordt genoemd[noot 1] en in 1895 was de naam Zwarte Piet al in zwang geraakt.[noot 2][2]

En:

Over de herkomst van Zwarte Piet zijn de meningen verdeeld. Feitelijke documenten zijn onbekend. Vast staat dat de knecht die later de naam Zwarte Piet kreeg, in 1850 is geïntroduceerd. Voor die tijd had de folkloristische Sinterklaas in Nederland en België voor zover bekend geen helper.

Desondanks circuleren er voor die helper van Sinterklaas diverse volkswetenschappelijke verklaringen:

  • hij zou oorspronkelijk een schoorsteenveger zijn, en van het roet zwart zijn geworden;
  • hij zou een Ethiopische zwarte slaaf Piter zijn die door de heilige Nicolaas op een slavenmarkt in Myra werd vrijgekocht;[10]
  • hij zou oorspronkelijk een demon zijn geweest die door de heilige gedwongen werd goede daden te verrichten;
  • hij zou een voorchristelijke godheid zijn die zich moest onderwerpen aan de christelijke sint;
  • hij zou de bedwongen satan zijn, plaatsvervanger van de overwonnen Wodan, of diens helper Nörvi, de zwarte vader des nachts, die ook een roe droeg (als vruchtbaarheidssymbool);
  • hij zou afstammen van de zwarte raven Huginn en Muninn, die Odin vergezelden;[11]
  • hij zou afstammen van berserkers, die het lichaam zwart verfden en dierenhuiden droegen.

Voor geen van deze verklaringen zijn directe bronnen te vinden.

Een recente suggestie (2012), dat Zwarte Piet werd gemodelleerd op een Saraceen, werd door John Helslootvan het Meertens Instituut ontkracht.[12]

Volgens historicus en sinterklaaskenner Frits Booy is van alle bestaande theorieën er niet één discriminerend van aard.[2]

Juist. En toch….

Het valt niet te ontkennen dat Nederland in het verleden diverse landen heeft gekolonialiseerd en dat daarbij niet al te vriendelijk en netjes is omgesprongen met de oorspronkelijke bevolking.

Het valt niet te ontkennen dat Nederland in het recente verleden slaven leverancier nummer 1 van de wereld was.

Het valt niet te ontkennen dat Apartheid – discriminatie van zwarte mensen in o.a. Zuid-Afrika – een Nederlandse uitvinding was.

Het valt AB-SO-LUUT NIET te ontkennen dat vele mensen onrecht is aangedaan. En dat een onschuldige figuur als Zwarte Piet (en vooral wat men ervan gemaakt heeft om dat onrecht door de strotten van de kinderen te douwen!!!) zout in oude wonden strooit.

Wat ik – objectief – vaststel is dat nu het taboe over ons koloniaal verleden begint te tanen, de gekwetste mensen zich tegen uitingen van en herinneringen aan dit donkere verleden beginnen te roeren.

Helaas zijn er dan weer mensen die menen hen en anderen die zich voor de ander z’n pijn openstellen voor rotte vis (ik zeg het hier maar even héél erg netjes) uit te moeten maken en hen doodsbedreigingen naar het hoofd twitteren.

Dit komt de discussie en het helingsproces mijns inziens niet ten goede!

Zie daar in een grote kokosnotendop de situatie van de hele zwarte pieten discussie.

Maar het kan ook anders!

Laten we eens naar elkaar luisteren en samen naar een oplossing zoeken, zodat mensen zich minder gekwetst voelen en er toch Sinterklaas gevierd kan worden.

Laten we, in plaats van elkaar de Zwarte Piet toespelen, met elkaar gaan kijken hoe we met de kinderen feest kunnen vieren.

Sint Nicolaas is een kindervriend. Iemand die slaven vrij koopt en ze werk geeft. Iemand die cadeautjes uitdeelt in plaats van doodsbedreigingen en vuistslagen….

En het gebeurt ook al anders…

Waar het Sinterklaasjournaal krampachtig aan het ideaalplaatje van Schenkman probeert vast te houden, is in andere programma’s geen zwarte, domme knecht te zien, maar Zwarte Piet als mangager. Als iemand die juist heel veel weet.

Geen stereo-type, maar een waardevolle medewerker in allerlei vormen.

De meeste mensen die ik ken, willen van de discussie af, maar zien niet de achterliggende pijn van de mensen die hem aangezwengeld hebben…..

Als we NU beginnen met naar elkaar te luisteren en samen oplossingen te zoeken, kunnen we volgend jaar Sinterklaas vieren op een manier waar IEDEREEN blij van wordt!

Voorbeeld hoe het ook kan:


Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: